‘Uit de schuttersput'

Verslag Tumultdebat 14 december 2007

Dagvoorzitter: Joost Janmaat, politicoloog en lid van denktank Partizan Publik

Sprekers en panelleden:

Louise Anten, ministerie van buitenlandse zaken, directie Mensenrechten Vredesopbouw

Luitenant-Kolonel Piet van der Sar, voormalig hoofd van de Battle Group in Uruzgan.

Dick Leurdijk, researcher bij Instituut Clingendael, gespecialiseerd in politieke en militaire VN-onderwerpen.

Willem van de Put, directeur Healthnet TPO

Dick Scherjon, intiatiefnemer van het IDEA-project, een samenwerkingsverband van werkgeversorganisatie VNO-NCW en het ministerie van Defensie dat als doel heeft om direct na een oorlog te beginnen met de economische opbouw van een land. Scherjon werkt als hoofd MKB bij de Rabobank, maar was op persoonlijke titel aanwezig.

Holke Wierema, directeur Save the Children

Mariko Peters, Tweede Kamerlid voor GroenLinks

Aan de vooravond van het besluit van de Nederlandse regering over het verlengen van de missie in Uruzgan organiseerden Tumult en het jubilerende Healthnet TPO een debat over de plaats van wederopbouw in vredesmissies. Hoe verhoudt wederopbouw zich tot militaire en diplomatieke interventies? was daarbij een van de belangrijkste vragen.

De titel van het debat ‘Uit het schuttersputje' heeft de organisatie ontleend aan de nota ‘Een zaak van iedereen' die Bert Koenders, minister voor ontwikkelingssamenwerking, onlangs presenteerde. De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking moet zich wat Koenders betreft, meer dan voorheen gaan richten op fragiele staten zoals Soedan, Congo, de Palestijnse Gebieden, Colombia en Guatemala. Volgens de minister kan dit alleen als ontwikkelingssamenwerking uit het schuttersputje komt en met zoveel mogelijk instanties gaat samenwerken.

In fragiele staten betekent dit ook samenwerken met militaire vredesoperaties om een veilige omgeving te creëren, bijvoorbeeld door een intensivering van de zogenaamde 3D aanpak (Defense, Diplomacy en Development). Maar die 3D aanpak is ook problematisch: Hoe kan je aan wederopbouw werken als de veiligheid van lokale bewoners en vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap niet gegarandeerd is? En loop je als ontwikkelingswerker niet het risico dat de lokale bevolking je gaat zien als een verlengstuk van een buitenlandse vreemde mogendheid die soms eerder als bezetter dan als bevrijder wordt gezien.

Dit laatste punt werd geïllustreerd door de film ‘The Incident' die halverwege de middag werd vertoond. De film is door medewerkers van Healthnet TPO in Afghanistan gemaakt vlak na een incident waarbij Amerikaanse troepen die meenden dat zij in een hinderlaag werden gelokt door de Taliban, een bloedbad onder de lokale bevolking aanrichtten. Na het zien van de film kun je je voorstellen dat je als buitenlandse hulpverlener in een conflictgebied het nodige vertrouwen moet zien te winnen.

Geïntegreerde aanpak

Ter inleiding op het debat lichtte Louise Anten van Buitenlandse Zaken de beleidsnota van Koenders toe. Zij richtte zich daarbij met name op de rol die non-gouvernementele organisaties (ngo's) in conflictgebieden zouden kunnen spelen.

 Die rol is heel breed blijkt uit haar betoog. Zo kunnen ngo's een bijdrage leveren aan de analyse van het conflict. Vanuit hun diverse werkterreinen hebben ngo's immers weer een andere visie dan de overheid. Ook kunnen ngo's assisteren bij het organiseren en mobiliseren van de bevolking. Naast het geven van noodhulp kunnen zij helpen bij het tijdelijk verlenen van publieke diensten. Ngo's zijn vaak ook goede waakhonden als het gaat om de naleving van mensenrechten. Verder ziet Anten een rol voor ngo's in conflictgebieden als het gaat om ontwapeningsprogramma's, de reïntegratie van oud-strijders en het organiseren van informele rechtspraak.

De Nederlandse overheid, de krijgsmacht en ngo's moeten volgens Anten niet de illusie hebben dat zij wederopbouw op hun eigen houtje teweeg kunnen brengen. Het kleine Nederland moet streven naar een geïntegreerde, internationale aanpak. In het doen slagen van die geïntegreerde aanpak ligt volgens haar ook de grootste uitdaging voor Nederland. De beleidsbrief is te vinden op: http://www.minbuza.nl/binaries/kamerbrieven-bijlagen/2007/10/059dek-beleidsbrief.pdf

Alleen

Na Louise Anten was het woord aan experts op het gebied van het leger, diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en handel. Luitenant-kolonel Piet van der Sar trapte af. Tot een jaar geleden was hij hoofd van de Battle Group in Uruzgan. Dat was niet zijn eerste Afghanistanervaring, aan het begin van de ISAF-missie zat hij in Kaboel. Daarnaast nam Van der Sar deel aan vredesmissies in onder meer Bosnië, Angola en Libanon. Tijdens die missies heeft hij ook contact gehad met ngo's als Artsen zonder Grenzen. Over contacten tussen het leger en ngo's in Uruzgan hoorde je Van der Sar deze middag niet zo veel. Sterker nog, uit een paar opmerkingen die hij maakte, kreeg je eerder het idee dat hij vond dat Nederlandse militairen er in Uruzgan wel erg alleen voor staan en dat de ngo's het een beetje af laten weten.

Van der Sar schetste een beeld van de missie in Uruzgan. Toen hij in 2005 op verkenning ging, waren er weinig Amerikaanse eenheden in de provincie gestationeerd. Er waren alleen een aantal fire brigades die je volgens hem kunt vergelijken met de forten die de Amerikanen ten tijde van de verovering van hun continent als uitvalsbasis gebruikten voor de gevechten met de indianen. Van der Sar omschrijft Uruzgan als oudtestamentisch. Elke vorm van overheidsstructuur ontbreekt in Uruzgan en de bevolking van de streek was meer anti-Taliban dan hij van te voren had gedacht. “Het is een traditionalistisch ingestelde plattelandsbevolking die niets van verandering moet hebben. Ook niet van de Taliban.” Als er Taliban aanwezig is, met name de hardcore variant, dan boezemt die de bevolking wel angst in.

Van der Sar vertelt dat hij het belangrijk vond dat de Nederlandse manschappen op de hoogte waren van de plaatselijke gebruiken en gewoontes. Daarom heeft het leger een cultureel antropoloog ingehuurd om de manschappen op de missie voor te bereiden. Ook hebben de soldaten in een Turkse moskee in Arnhem uitleg gekregen over de islam.

Vecht- of wederopbouwmissie?

Doel van de missie in Uruzgan was volgens Van der Sar om gunstige omstandigheden te creëren voor de wederopbouw van het gebied. Dat is hem tegengevallen. De samenleving in Uruzgan was complexer dan gedacht. Dit komt mede door de ingewikkelde verhoudingen tussen de stammen onderling. “Door de Afghaanse regering waren we bovendien in het ootje genomen. Zij hadden ons beloofd dat we ondersteuning van het Afghaanse leger en de politie zouden kregen. Beiden bleken alleen op papier te bestaan.” Het Nederlandse leger leidt nu Afghaanse agenten op. Van der Sar: “Ik weet niet of we dat heel goed doen, maar er is nou eenmaal niemand anders die het doet. Als wij het niet doen dan gebeurt het niet.” In Derawat zijn de Nederlandse troepen niet aan wederopbouw toegekomen en werd er voornamelijk gevochten. In Karintowt heeft het Nederlandse leger volgens Van der Sar wel degelijk iets van wederopbouw kunnen doen. De verwachtingen over die wederopbouw moeten volgens hem echter niet al te hoog gespannen zijn. “Ik denk niet dat Uruzgan in 2010 een effectief politie- en overheidsapparaat heeft.”


Hoezo opgeheven hoofd?

Na Piet van der Sar was het de beurt aan Dick Leurdijk om een voordracht te houden. Leurdijk zou de D van diplomatie bij de kop vatten. Hij greep zijn praatje aan om een aantal misvattingen door te prikken. Allereerst sprak hij zijn onvrede uit over de opdracht die de zaal aan het begin van de middag had gekregen. Dagvoorzitter Janmaat had de aanwezigen gevraagd om op basis van wat zij die middag zouden horen minimum ‘targets' te formuleren die Nederland in Uruzgan behaald moet hebben om daar met opgeheven hoofd weg te gaan. “Het gaat niet alleen om Nederland en Uruzgan of Nederland en Afghanistan. Het gaat om Afghanistan. En hoezo moeten we daar per se met een opgeheven hoofd weg?”

Leurdijk zette ook vraagtekens bij de brief die de regering naar de Tweede Kamer had gestuurd over het verlengen van de missie naar Uruzgan. Daarin staat dat de missie een bijdrage levert aan de bestrijding van het internationaal terrorisme. Leurdijk: “Doen we mee aan operatie Enduring Freedom? Nee, ISAF is een missie van een volstrekt andere orde.” Nederland zit in Uruzgan als onderdeel van een NAVO-missie en probeert daar de implementatie van vredesakkoorden van de grond te krijgen. In het kader van die vredesakkoorden zijn een reeks van afspraken vastgelegd. In die afspraken is ook vastgelegd dat de militairen geweld mogen gebruiken. Wat dat betreft stoort de VN-deskundige zich aan de discussie of Uruzgan wel of geen vechtmissie is. “De militairen daar hebben het mandaat om geweld te gebruiken.”

Leurdijk vertelt verder dat op dit moment binnen de NAVO wordt gedebatteerd over een nieuwe strategie voor Afghanistan. Die strategie moet in april 2008 op tafel liggen, maar Leurdijk heeft daar een hard hoofd in. Hij heeft de indruk dat de NAVO steeds weer bezig is om het wiel opnieuw uit te vinden. Ten aanzien van de Nederlandse missie in Uruzgan wil hij nog kwijt dat hij denkt dat als Nederland al in 2010 vertrekt dat dit voor grote problemen zal zorgen.


Een voet tussen de deur

Willem van de Put, directeur van Healthnet TPO nam het gedeelte over ontwikkelingssamenwerking voor zijn rekening. Healthnet bestaat 15 jaar en heeft daarom dit debat mede georganiseerd. Van der Put nam zijn spreektijd te baat om uit te leggen hoe Healthnet te werk gaat. De organisatie is een afsplitsing van Artsen zonder Grenzen en is opgericht vanwege de kloof die er destijds bestond tussen noodhulp en wederopbouw.

Gezondheid is voor Healthnet een vehikel om contact te leggen met de bevolking en andere veranderingen aan te zwengelen. Van der Put: “Als het om gezondheidszorg gaat, dan kun je altijd binnenkomen om te praten.” Als Healthnet eenmaal een voet tussen de deur heeft dan proberen ze om samen met de lokale bevolking gezondheidsposten op te zetten. “Wij leveren een berg stenen. Het is de bedoeling dat mensen daar zelf een kliniek van bouwen. Het moet hun gezondheidskliniek worden, niet de onze. Misschien verdwijnen er gaandeweg een paar stenen naar andere bestemmingen, maar die gezondheidspost komt er uiteindelijk vaak wel.” Als mensen een gezondheidspost kunnen organiseren ontstaat volgens Van der Put een dynamiek waarbij de mensen zichzelf aan de haren uit het moeras kunnen trekken. “Je ziet vaak rond het gezondheidscentrum een marktplein en een schooltje ontstaan,” zegt hij. In Afghanistan werkt Healthnet al sinds 1993 in Naghar. Ook in Uruzgan is de organisatie inmiddels actief. Het werk verloopt daar echter moeizaam. “Wij worden niet als neutraal gezien,” vertelt Van der Put.

Maatpak naar Uruzgan
Dat er een afvaardiging van het Nederlandse bedrijfsleven naar Uruzgan was vertrokken op handelsmissie was voor veel Nederlandse kranten aanleiding om uit te pakken. ‘Maatpak naar Uruzgan' kopte de Telegraaf bijvoorbeeld in chocoladeletters. Dick Scherjon, lid van de werkgroep van VNONCW die initiatieven van het bedrijfsleven in wederopbouwgebieden op poten zet, nuanceerde het beeld dat het Nederlandse bedrijfsleven daar rond zouden lopen met het oog om vette orders binnen te halen.

 Het bedrijfsleven zal op termijn best een centje in Afghanistan willen verdienen maar het is niet zo dat ze dat nu al denken te kunnen doen. Het idee is vooral om landen die uit een conflictsituatie komen te helpen om er economisch weer bovenop te komen. Voor economische groei is stabiliteit een belangrijke voorwaarde. Scherjon denkt dat een land als Afghanistan niet gebaat is bij het opzetten van grote projecten zoals fabrieken, maar juist door het stimuleren van kleine bedrijfjes. Ook moet Nederland volgens hem niet verwachten dat het in Uruzgan na twee jaar gonst van de economische activiteit. Wederopbouw is een zaak van lange adem. “Wij hebben de IJsselmeerpolder ook niet van de ene op de andere dag uit de grond gestampt.”

Moeras

Na alle sprekers en de film was er niet zo heel veel tijd meer voor het debat. Voor dat debat schoven GroenLinks kamerlid Mariko Peters en Save the Childrendirecteur Holke Wierema aan bij de voorgaande sprekers. Luitenant-kolonel Van der Sar, had geen toestemming gekregen om achter de debattafel aan te zitten.

Voorzitter Janmaat dropt als eerste de vraag: Hoe Defensie zich zou moeten gedragen in Uruzgan? Mariko Peters wordt gevraagd daar een antwoord op te geven. Zij hoopt dat Defensie niet alleen hoeft te opereren zoals nu. Ze waarschuwt dat Nederland uit moet kijken dat ze niet in het moeras van een burgeroorlog dreigt te verzakken door deel te nemen aan vechtmissies. “Niet iedereen loopt daar immers met een sticker op zijn hoofd met daarop Taliban of Geen-Taliban.” De Nederlandse manschappen zouden wat haar betreft zich moeten beperken tot patrouilleren en het assisteren bij het opleiden van lokale veiligheidsmensen. “Verder heeft Defensie natuurlijk een enorme logistiek, het zou fijn zijn als andere organisaties daarvan zouden kunnen profiteren.”

Holke Wierema is het grotendeels met haar eens. “Het Nederlandse leger heeft in eerste instantie een stabilisatietaak. Dat zal over twee jaar niet klaar zijn, maar het zou mooi zijn als je een goede start kunt maken en als wij als ngo's daarbij kunnen helpen.”

Praten met de Taliban

“Wat hebben we totnogtoe in Afghanistan geleerd?” is de volgende vraag voor het panel. Dick Scherjon zegt dat hij diep onder de indruk is van de kracht van de lokale bevolking. Aanhakend op het eerdere voorstel van Peters stelt hij voor om in de defensievliegtuigen die leeg terugvliegen naar Nederland, Afghaanse producten mee te nemen. “Heroïne zeker,” grapt iemand uit de zaal.

Volgens Peters is de belangrijkste les die nu getrokken kan worden dat onderhandelen met de Taliban onvermijdelijk is geworden. Dick Leurdijk denkt dat bij elke VN-missie wel nieuwe dingen worden geleerd, maar het is ook zo dat de strijdkrachten bij elke nieuwe vredesmissie worden geconfronteerd met een nieuwe dynamiek. Hij is erg teleurgesteld dat de NAVO nog geen nieuwe strategie voor Afghanistan heeft. Peters snapt wel dat de NAVO het even niet meer weet. “De huidige strategie voor Afghanistan biedt duidelijk geen oplossing voor de problemen die er nu liggen zoals de verbouw van drugs, de poreuze grenzen en de trainingskampen van de Taliban in Pakistan waar ISAf geen mandaat heeft.”

Hearts and minds winnen

Iemand uit de zaal vraagt of de combinatie van vechten en wederopbouw niet het doel van het winnen van de hearts and minds van de lokale bevolking in de weg zit. Volgens Louise ten Have doen de militairen in Afghanistan nauwelijks aan wederopbouw. “Het enige wat ze daar doen zijn kleine projecten. 99 procent van de projecten wordt door ontwikkelingshulporganisaties gedaan.” Peters denkt dat wederopbouw ook zou kunnen gebeuren zonder de militaire component. “De NAVO heeft nu eenmaal een partijdig imago in de regio. De troepen en westerse hulpverleners worden vereenzelvigd met Amerika.”

Wat wil de Afghaan?

Een volgende vragensteller uit de zaal vraagt zich af of Nederland wel een idee heeft van wat de Afghanen zelf willen. “Als ik het zo hoor dan zitten we veel te veel op het spoor van: dat gaan we allemaal wel even oplossen daar.” Volgens Willem van der Put is het zinnig om vooral veel contact te zoeken met lokale leiders en niet alleen maar het oor te luisteren leggen in Kaboel.

Iemand uit de zaal die zelf bij een hulporganisatie werkt, zegt dat zij vooral veel signalen krijgen dat de bevolking liever bescherming van militairen wil dan ontwikkelingswerkers die komen wederopbouwen. Zou dat niet pleiten voor een grotere nadruk op veiligheid? Leurdijk vindt dat de internationale gemeenschap de moed moet hebben om duidelijke keuzes te maken en misschien moet dat wel voor meer nadruk op veiligheid zijn. Hierop reageert iemand uit het publiek: “Als je inzet op meer veiligheid moet je dan niet meer militairen naar het gebied sturen? En in hoeverre is dat realistisch als je je bedenkt dat de andere NAVO-partners niet bereid waren om de Nederlandse missie over te nemen?” Van der Put denkt dan ook dat je niet veiligheid als speerpunt moet nemen, maar wederopbouw. Die moet wel langdurig zijn en gebaseerd op het vertrouwen van de bevolking.

Luitenant-kolonel Van der Sar reageert ook. Hij zegt dat hij geen standpunt mag innemen maar wel een advies kan geven. Hij denkt dat er ongekende krachten ontketend worden als er meer militairen in Afghanistan worden gepompt. “De Afghanen krijgen dan het gevoel dat ze bezet worden. Als er meer veiligheidscapaciteit komt dan moet die vooral van het Afghaanse leger en de politie komen.”

Marianne Wilschut

HealthNet TPO Tolstraat 127 1074 VJ Amsterdam Tel: +31 (0)20 620 00 05 Fax: +31 (0)20 420 15 03 Email: office@healthnettpo.org