Verslag Tumultdebat 14 december 2007Dagvoorzitter: Joost Janmaat, politicoloog en lid van denktank Partizan Publik
Aan de vooravond van het besluit van de Nederlandse regering over het verlengen van de missie in Uruzgan organiseerden Tumult en het jubilerende Healthnet TPO een debat over de plaats van wederopbouw in vredesmissies. Hoe verhoudt wederopbouw zich tot militaire en diplomatieke interventies? was daarbij een van de belangrijkste vragen. De titel van het debat ‘Uit het schuttersputje' heeft de organisatie ontleend aan de nota ‘Een zaak van iedereen' die Bert Koenders, minister voor ontwikkelingssamenwerking, onlangs presenteerde. De Nederlandse ontwikkelingssamenwerking moet zich wat Koenders betreft, meer dan voorheen gaan richten op fragiele staten zoals Soedan, Congo, de Palestijnse Gebieden, Colombia en Guatemala. Volgens de minister kan dit alleen als ontwikkelingssamenwerking uit het schuttersputje komt en met zoveel mogelijk instanties gaat samenwerken. In fragiele staten betekent dit ook samenwerken met militaire vredesoperaties om een veilige omgeving te creëren, bijvoorbeeld door een intensivering van de zogenaamde 3D aanpak (Defense, Diplomacy en Development). Maar die 3D aanpak is ook problematisch: Hoe kan je aan wederopbouw werken als de veiligheid van lokale bewoners en vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap niet gegarandeerd is? En loop je als ontwikkelingswerker niet het risico dat de lokale bevolking je gaat zien als een verlengstuk van een buitenlandse vreemde mogendheid die soms eerder als bezetter dan als bevrijder wordt gezien. Dit laatste punt werd geïllustreerd door de film ‘The Incident' die halverwege de middag werd vertoond. De film is door medewerkers van Healthnet TPO in Afghanistan gemaakt vlak na een incident waarbij Amerikaanse troepen die meenden dat zij in een hinderlaag werden gelokt door de Taliban, een bloedbad onder de lokale bevolking aanrichtten. Na het zien van de film kun je je voorstellen dat je als buitenlandse hulpverlener in een conflictgebied het nodige vertrouwen moet zien te winnen. Geïntegreerde aanpak Die rol is heel breed blijkt uit haar betoog. Zo kunnen ngo's een bijdrage leveren aan de analyse van het conflict. Vanuit hun diverse werkterreinen hebben ngo's immers weer een andere visie dan de overheid. Ook kunnen ngo's assisteren bij het organiseren en mobiliseren van de bevolking. Naast het geven van noodhulp kunnen zij helpen bij het tijdelijk verlenen van publieke diensten. Ngo's zijn vaak ook goede waakhonden als het gaat om de naleving van mensenrechten. Verder ziet Anten een rol voor ngo's in conflictgebieden als het gaat om ontwapeningsprogramma's, de reïntegratie van oud-strijders en het organiseren van informele rechtspraak. De Nederlandse overheid, de krijgsmacht en ngo's moeten volgens Anten niet de illusie hebben dat zij wederopbouw op hun eigen houtje teweeg kunnen brengen. Het kleine Nederland moet streven naar een geïntegreerde, internationale aanpak. In het doen slagen van die geïntegreerde aanpak ligt volgens haar ook de grootste uitdaging voor Nederland. De beleidsbrief is te vinden op: http://www.minbuza.nl/binaries/kamerbrieven-bijlagen/2007/10/059dek-beleidsbrief.pdf Alleen Van der Sar schetste een beeld van de missie in Uruzgan. Toen hij in 2005 op verkenning ging, waren er weinig Amerikaanse eenheden in de provincie gestationeerd. Er waren alleen een aantal fire brigades die je volgens hem kunt vergelijken met de forten die de Amerikanen ten tijde van de verovering van hun continent als uitvalsbasis gebruikten voor de gevechten met de indianen. Van der Sar omschrijft Uruzgan als oudtestamentisch. Elke vorm van overheidsstructuur ontbreekt in Uruzgan en de bevolking van de streek was meer anti-Taliban dan hij van te voren had gedacht. “Het is een traditionalistisch ingestelde plattelandsbevolking die niets van verandering moet hebben. Ook niet van de Taliban.” Als er Taliban aanwezig is, met name de hardcore variant, dan boezemt die de bevolking wel angst in. Van der Sar vertelt dat hij het belangrijk vond dat de Nederlandse manschappen op de hoogte waren van de plaatselijke gebruiken en gewoontes. Daarom heeft het leger een cultureel antropoloog ingehuurd om de manschappen op de missie voor te bereiden. Ook hebben de soldaten in een Turkse moskee in Arnhem uitleg gekregen over de islam. Vecht- of wederopbouwmissie?
Leurdijk zette ook vraagtekens bij de brief die de regering naar de Tweede Kamer had gestuurd over het verlengen van de missie naar Uruzgan. Daarin staat dat de missie een bijdrage levert aan de bestrijding van het internationaal terrorisme. Leurdijk: “Doen we mee aan operatie Enduring Freedom? Nee, ISAF is een missie van een volstrekt andere orde.” Nederland zit in Uruzgan als onderdeel van een NAVO-missie en probeert daar de implementatie van vredesakkoorden van de grond te krijgen. In het kader van die vredesakkoorden zijn een reeks van afspraken vastgelegd. In die afspraken is ook vastgelegd dat de militairen geweld mogen gebruiken. Wat dat betreft stoort de VN-deskundige zich aan de discussie of Uruzgan wel of geen vechtmissie is. “De militairen daar hebben het mandaat om geweld te gebruiken.” Leurdijk vertelt verder dat op dit moment binnen de NAVO wordt gedebatteerd over een nieuwe strategie voor Afghanistan. Die strategie moet in april 2008 op tafel liggen, maar Leurdijk heeft daar een hard hoofd in. Hij heeft de indruk dat de NAVO steeds weer bezig is om het wiel opnieuw uit te vinden. Ten aanzien van de Nederlandse missie in Uruzgan wil hij nog kwijt dat hij denkt dat als Nederland al in 2010 vertrekt dat dit voor grote problemen zal zorgen.
Gezondheid is voor Healthnet een vehikel om contact te leggen met de bevolking en andere veranderingen aan te zwengelen. Van der Put: “Als het om gezondheidszorg gaat, dan kun je altijd binnenkomen om te praten.” Als Healthnet eenmaal een voet tussen de deur heeft dan proberen ze om samen met de lokale bevolking gezondheidsposten op te zetten. “Wij leveren een berg stenen. Het is de bedoeling dat mensen daar zelf een kliniek van bouwen. Het moet hun gezondheidskliniek worden, niet de onze. Misschien verdwijnen er gaandeweg een paar stenen naar andere bestemmingen, maar die gezondheidspost komt er uiteindelijk vaak wel.” Als mensen een gezondheidspost kunnen organiseren ontstaat volgens Van der Put een dynamiek waarbij de mensen zichzelf aan de haren uit het moeras kunnen trekken. “Je ziet vaak rond het gezondheidscentrum een marktplein en een schooltje ontstaan,” zegt hij. In Afghanistan werkt Healthnet al sinds 1993 in Naghar. Ook in Uruzgan is de organisatie inmiddels actief. Het werk verloopt daar echter moeizaam. “Wij worden niet als neutraal gezien,” vertelt Van der Put. Maatpak naar Uruzgan Het bedrijfsleven zal op termijn best een centje in Afghanistan willen verdienen maar het is niet zo dat ze dat nu al denken te kunnen doen. Het idee is vooral om landen die uit een conflictsituatie komen te helpen om er economisch weer bovenop te komen. Voor economische groei is stabiliteit een belangrijke voorwaarde. Scherjon denkt dat een land als Afghanistan niet gebaat is bij het opzetten van grote projecten zoals fabrieken, maar juist door het stimuleren van kleine bedrijfjes. Ook moet Nederland volgens hem niet verwachten dat het in Uruzgan na twee jaar gonst van de economische activiteit. Wederopbouw is een zaak van lange adem. “Wij hebben de IJsselmeerpolder ook niet van de ene op de andere dag uit de grond gestampt.” Moeras Voorzitter Janmaat dropt als eerste de vraag: Hoe Defensie zich zou moeten gedragen in Uruzgan? Mariko Peters wordt gevraagd daar een antwoord op te geven. Zij hoopt dat Defensie niet alleen hoeft te opereren zoals nu. Ze waarschuwt dat Nederland uit moet kijken dat ze niet in het moeras van een burgeroorlog dreigt te verzakken door deel te nemen aan vechtmissies. “Niet iedereen loopt daar immers met een sticker op zijn hoofd met daarop Taliban of Geen-Taliban.” De Nederlandse manschappen zouden wat haar betreft zich moeten beperken tot patrouilleren en het assisteren bij het opleiden van lokale veiligheidsmensen. “Verder heeft Defensie natuurlijk een enorme logistiek, het zou fijn zijn als andere organisaties daarvan zouden kunnen profiteren.” Holke Wierema is het grotendeels met haar eens. “Het Nederlandse leger heeft in eerste instantie een stabilisatietaak. Dat zal over twee jaar niet klaar zijn, maar het zou mooi zijn als je een goede start kunt maken en als wij als ngo's daarbij kunnen helpen.” Praten met de Taliban Volgens Peters is de belangrijkste les die nu getrokken kan worden dat onderhandelen met de Taliban onvermijdelijk is geworden. Dick Leurdijk denkt dat bij elke VN-missie wel nieuwe dingen worden geleerd, maar het is ook zo dat de strijdkrachten bij elke nieuwe vredesmissie worden geconfronteerd met een nieuwe dynamiek. Hij is erg teleurgesteld dat de NAVO nog geen nieuwe strategie voor Afghanistan heeft. Peters snapt wel dat de NAVO het even niet meer weet. “De huidige strategie voor Afghanistan biedt duidelijk geen oplossing voor de problemen die er nu liggen zoals de verbouw van drugs, de poreuze grenzen en de trainingskampen van de Taliban in Pakistan waar ISAf geen mandaat heeft.” Hearts and minds winnen Wat wil de Afghaan? Iemand uit de zaal die zelf bij een hulporganisatie werkt, zegt dat zij vooral veel signalen krijgen dat de bevolking liever bescherming van militairen wil dan ontwikkelingswerkers die komen wederopbouwen. Zou dat niet pleiten voor een grotere nadruk op veiligheid? Leurdijk vindt dat de internationale gemeenschap de moed moet hebben om duidelijke keuzes te maken en misschien moet dat wel voor meer nadruk op veiligheid zijn. Hierop reageert iemand uit het publiek: “Als je inzet op meer veiligheid moet je dan niet meer militairen naar het gebied sturen? En in hoeverre is dat realistisch als je je bedenkt dat de andere NAVO-partners niet bereid waren om de Nederlandse missie over te nemen?” Van der Put denkt dan ook dat je niet veiligheid als speerpunt moet nemen, maar wederopbouw. Die moet wel langdurig zijn en gebaseerd op het vertrouwen van de bevolking. Luitenant-kolonel Van der Sar reageert ook. Hij zegt dat hij geen standpunt mag innemen maar wel een advies kan geven. Hij denkt dat er ongekende krachten ontketend worden als er meer militairen in Afghanistan worden gepompt. “De Afghanen krijgen dan het gevoel dat ze bezet worden. Als er meer veiligheidscapaciteit komt dan moet die vooral van het Afghaanse leger en de politie komen.” Marianne Wilschut |

