Afghanistan: Een nieuwe lente, een nieuw geluid?

23 maart 2007
Door Willem van de Put

In Afghanistan nadert de lente. Al maanden wordt er gesproken over het offensief dat nu los zal barsten. Dinsdag 6 maart is dat dan ook begonnen: operatie ‘Achilles' in de provincie Helmand is het grootste gezamenlijke offensief tot nog toe van de NAVO. 4500 NAVO manschappen en bijna 1000 Afghaanse militairen doen mee – en ook Nederlandse militairen zijn betrokken. Doel van de actie is veiligheid te brengen in Helmand, zodat wederopbouw mogelijk wordt.

HealthNet TPO probeert bijdragen te leveren aan de wederopbouw in Afghanistan. Dat is sinds 1993 op verschillende terreinen ook gelukt: een reductie van 60% van malaria-incidentie door het hele land, een nationaal toegepast model voor district gezondheidszorg, curricula voor vroedvrouwen en basispsychiatrie, levering van gezondheidszorg en andere diensten in 12 provincies. Het wordt alleen de laatste tijd steeds moeilijker door toenemende onveiligheid.

Vooral in het zuiden is de bevolking er sinds de komst van de internationale interventiemacht in 2001 op achteruit gegaan: minder veligheid, meer armoede. Dat proces hebben we willen keren met de overgang van de Amerikaanse ‘vechtmissie' Enduring Freedom naar een ISAF wederopbouwmissie, waaraan Nederland met bewonderenswaardige inzet aan bijdraagt in Uruzgan. Maar operatie Enduring Freedom blijft maar voortduren, en de ISAF troepen hebben hun handen vol aan het bewaken van hun eigen veiligheid.

We maken ons zorgen over 'Achilles': de veiligheid in Afghanistan neemt namelijk steeds verder af, naarmate er meer internationale troepen in het land actief zijn. Deze troepen legitimeren hun aanwezigheid door op de onveiligheid te wijzen – zoals operatie Achilles ook nu weer doet. Dit levert een levensgevaarlijke cirkelredenering op, die het doel van de internationale missie steeds verder ondermijnt.

Zonder enige afbreuk te doen aan de inzet van de Nederlandse krijgsmacht tot dusverre is het daarom hoog tijd ons te bezinnen op de middelen die we inzetten om Afghanen te helpen.

Wij zijn nu op een punt gekomen waar we de internationale troepenmacht als deel van het probleem, en niet van de oplossing zien. We willen hier vijf redenen voor geven, en eveneens vijf alternatieven voor een betere kans van slagen. Hiervoor baseren we ons naast onze eigen ervaring op een serie rapporten van internationale denktanks.[1]

  1. De ‘traditionele' Afghanen zijn zeer gevoelig voor erecodes. Een pijler van nationale trots is dat het land alle buitenlandse overheersing – sinds Alexander de Grote – succesvol heeft weerstaan. Gewapende buitenlanders mogen het niet voor het zeggen hebben. ISAF troepen zijn bedoeld om de regering te ondersteunen, maar de bevolking is het vertrouwen in die regering wegens de toenemende onveiligheid kwijt. Dat versterkt het beeld van buitenlandse militaire aanwezigheid als vijandelijke bezetting.
  2. De ‘oorlog tegen terreur' heeft in Afghanistan na het verdrijven van de Talibaan niet tot nieuwe resultaten geleidt – en kan geen excuus meer zijn om zo door te gaan.
  3. Sinds het einde van het Talibaan tijdperk is er veel gesproken in Kabul over vrouwenrechten, en gaat er steeds meer geld om in een oorlogseconomie. Maar uit alle rapportage van onafhankelijke onderzoekers blijkt dat er geen wezenlijke vooruitgang is geboekt op enig gebied van ontwikkeling.
  4. Dat Afghanen snakken naar vrede, recht en inkomen, wil daarom nog niet zeggen dat ze zich in overgrote meerderheid zouden willen ontwikkelen naar ons model.
  5. De ‘incidenten' die zich voordoen met betrokkenheid van buitenlandse militairen lopen uit de hand. Een recente greep uit sommige van de provincies waar wij werken: een dodelijke bomaanslag op een ziekenhuis in Khost, omdat het (Amerikaanse) PRT zich met het ziekenhuis bemoeide. In Nangarhar werd twee weken geleden een van onze medewerkers opgesloten in zijn eigen gezondheidscentrum, toen hij negatieve inmenging van het (Amerikaanse) PRT team in zijn gezondheidscentrum aan banden wilde leggen. Amerikaanse militairen beschoten afgelopen maandag in Kapisa burgerdoelen, waarbij 9 doden vielen. En weer in Nangarhar doodden Amerikaanse militairen afgelopen zondag 18 willekeurige voorbijgangers na een mislukte aanslag.

Dit zijn geen incidenten meer die je als voetnoten bij een nobele missie mag beschouwen. Er gaat hier iets fundamenteel mis.

Wat nu te doen?

  1. Verander de militaire aanwezigheid van een destructieve kracht tot een nuttig instrument. De huidige ‘big army' aanpak is een oud antwoord op een nieuw probleem. Een moderner antwoord zou een ‘rapid response' model kunnen zijn: een vorm van ‘luchtmobiele brigades' die binnen 15 minuten doelgerichte ondersteunende actie waar dan ook in het zuiden leveren – ondersteunend aan een Afghaanse, en Afghaanse geleide nationale krijgsmacht en politie.
  2. Verander de houding ten opzichte van de heroïne productie van de huidige, haatzaaiende vernietiging, naar een constructief antwoord: opkopen, alternatieve gewassen, educatie. Geen boer zaait papavers voor zijn lol in deze situatie.
  3. Investeer veel meer in gerichte communicatie naar de sleutelfiguren in de samenleving op districtsniveau. Ontwikkeling is vooral een kwestie van delen van informatie en kennis.
  4. Begin met een oplossing voor de grensproblemen tussen Afghanistan en Pakistan door de behoefte aan publieke diensten (gezondheidszorg, onderwijs) van de Pashtun bevolking aan weerszijden van de grens aan te pakken. Dat kost een fractie van de militaire alternatieven, en brengt de trotse tribal leaders er toe zelf aan oplossingen mee te werken.
  5. Verminder de ‘big spending' attitude van grote, centraal aangestuurde programma's, die corruptie in de hand werken. Bouw vertrouwen tussen de internationale gemeenschap en de Afghanen, en herstel het vermogen tot onderlinge constructieve samenwerking, door te werken aan participatie op het laagste niveau.

Door meer de nadruk op opbouw, en minder op repressie te leggen, kunnen we dan gelijk iets doen aan de obscene verhouding tussen de kosten voor onze eigen troepen en de civiele bestedingen voor de Afghanen. Om één  Nederlandse soldaat veilig in Uruzgan te laten dienen geven we € 330.000 uit, tegenover € 33 voor de opbouw per Uruzgaan.

Op het moment van schrijven is een delegatie van de vaste kamercommissie voor buitenlandse zaken op bezoek in Afghanistan. Een delegatie van de Canadese senaat ging hen enige maanden geleden voor. Zij ontdekten de werkelijkheid en schreven een snoeihard rapport – maar schrokken terug voor de consequenties.[2] Wellicht durven onze parlementariërs, voorzien van een vers mandaat, die wel aan – en kunnen zij een nieuw kabinet overtuigen van de noodzaak tot verandering.

Willem van de Put is directeur van HealthNet TPO, een Nederlandse NGO die samen met de lokale bevolking werkt aan de wederopbouw van gezondheidszorg in oorlogs- en rampgebieden.

Een ingekorte versie van het artikel is gepubliceerd in de Volkskrant van 23 maart 2007.



[1] Center for Strategic and International Studies CSIS, Washington: Breaking point: measuring progress in Afghanistan. Frederick Barton, Karin von Hippel, Seema Patel, Steven Ross. Februari 23, 2007

Netherlands Institute of International Relations Clingendael, Den Haag: Bargains for Peace?

Aid, Conditionalties and Reconstruction in Afghanistan. Jonathan Goodhand and Mark Sedra, August 2006.

Barnett Rubin: ‘Peace Building and State-Building in Afghanistan: constructing sovereignty for whose security?' Third World Quarterly, 2006, vol 27, no. 1, pp 175-185.

Womankind Worldwide: Taking Stock: Afghan woman and girls five years on. October 2006. www.womankind.org.uk

[2] ‘Canadian Troops in Afghanistan: Taking a Hard Look at a Hard Mission'

HealthNet TPO Tolstraat 127 1074 VJ Amsterdam Tel: +31 (0)20 620 00 05 Fax: +31 (0)20 420 15 03 Email: office@healthnettpo.org